NIEUWS

In de afgelopen periode zijn er twee boeken verschenen waarin de wereld van Homeros gecontrasteerd wordt met die van de Bijbel: Abraham & Odysseus: over belofte, nostalgie en geweld van Luck Anckaert, Roger Burggraeve en Geert van Coillie en A Refuge of Lies: Reflections on Faith and Fiction van Cesáreo Bandera. In beide boeken speelt de mimetische theorie een vooraanstaande rol en in beide boeken wordt uitgebreid teruggegrepen op de beroemde literaire studie van Erich Auerbach uit 1946: Mimesis: de weergave van de werkelijkheid in de westerse literatuur.

Het boek van Auerbach werd bijna twee decennia gepubliceerd vóór René Girard zich in het intellectuele veld begon te roeren. Het woord “mimesis” dat Auerbach in de titel voert heeft weinig te maken met de mimetische theorie, en verwijst, zoals de subtitel al aangeeft, vooral  naar verschillende en door de geschiedenis heen veranderende manieren om de werkelijkheid in literaire kunst weer te geven – kunst dus als nabootsing van de werkelijkheid. Auerbach schreef zijn boek in de oorlogsjaren in Istanboel waar hij als Duitser met een joodse komaf een onderkomen had gevonden. De omstandigheid brachten met zich mee dat hij hoegenaamd geen toegang had tot de secundaire literatuur over de serie boeken waarover hij wilde schrijven. Geert van Coillie memoreert expliciet de opmerkingen die Auerbach in zijn nawoord hierover maakt: “Het is overigens heel wel mogelijk dat het boek zijn totstandkoming juist te danken heeft aan het ontbreken van een grote vakbibliotheek. Had ik mij kunnen informeren over alles wat over zovele onderwerpen is geproduceerd, dan zou ik wellicht niet aan schrijven zijn toegekomen.”

Het verhaal van Auerbach doorloopt de hele westerse literatuur, beginnend bij Homeros en de Bijbel en eindigend bij Virginia Woolf. Het eerste hoofdstuk gaat over een passage over de thuiskomst van Odysseus en wordt sterk gecontrasteerd met het verhaal van de beproeving van Abraham in Genesis 22. Auerbach laat zien dat er achter deze twee passages, geschreven in ongeveer dezelfde tijd, werelden van verschil schuilgaan. Wat Auerbach als aandachtig lezer en welsprekend auteur over deze twee werken zegt kan verder geprofileerd worden vanuit de mimetische theorie van René Girard: de wereld van Homeros is volledig ondergedompeld in het sacrale geweld, terwijl in het verhaal van Genesis een uittocht uit deze  wereld op gang is gekomen.

Genesis 22, De beproeving van Abraham of De binding van Isaac is nog altijd een moeilijk verhaal en mag vaak rekenen op scherpe kritiek van seculiere intellectuelen. Maar de goden die absolute gehoorzaamheid vragen en de goden die ook bereid zijn kinderoffers daadwerkelijk dóór te laten gaan vinden we juist in de wereld van het heidense sacrale geweld waar het Joodse volk zich in vroege tijden (en met wisselend succes) sterk ging tegen afzetten. Deze afschuw van de afgoden die de offers van onze zonen en dochters vragen kan helemaal doorgetrokken worden naar het nationalistische oorlogsgeweld van 19de en 20ste eeuw.

Voor wie het denken over De beproeving van Abraham een doodlopende weg is geworden bieden deze twee boeken verfrissende nieuwe uitzichten. Abraham & Odysseus bestaat uit twee essays. In het eerste essay van Luck Anckaert en Roger Burggraeve worden de worstelingen en ook de fouten van vader Abraham belicht in het kader van het denken van onder andere Søren Kierkegaard en Emmanuel Levinas. Geert van Coillie gaat in een vervolgessay dieper in op de relatie tussen het dichten van Homeros en Vergillius enerzijds en de Bijbelse tekst anderzijds.

Cesáreo Bandera – die zich al veel langer in het mimetische denkveld ophoudt – staat bekend als de kenner van Cervantez' Don Quichote bij uitstek. Bij Bandera vinden we geen verwijzingen naar Kierkegaard of Levinas, maar hij besteedt wel de nodige aandacht aan twee essays van Simone Weil – essays, waarin nogal provocerende uitspraken worden gedaan over Joods versus Grieks denken. In A Refuge of Lies gaat Bandera ook in op de 17e eeuwse , Renaissancistische obsessie in navolging van Homeros grote epische dichtwerken te gaan schrijven. Dit culturele programma van een vernieuwde epiek is nergens op uit gelopen. Hoewel het aan ijver en onverdrotenheid niet ontbroken heeft, hoewel dergelijke epische werken heus wel volop in aantal en omvang geproduceerd zijn – is het niet het vernieuwde epos, maar is het bij uitstek de literaire roman die in ons culturele bewustzijn een definitieve plaats heeft ingenomen.