Nieuws & Agenda

Datum en tijd: Zaterdag 21 september, 10:00-16:30
Locatie: Dominicuskerk, Spuistraat 12, Amsterdam
Toegang: Gratis
(In verband met koffie en lunch uiterlijk 13 september opgeven door middel van een email aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. met uw naam, adres en eventuele dieetwensen.)

We beleven turbulente tijden, waarin veel vanzelfsprekende uitgangspunten van de democratische rechtsorde onder druk lijken te staan. We zien opkomend nationalisme en groeiend verzet tegen migratie en tegen de elite, terwijl de islam een steeds grotere rol inneemt in het publieke domein. Hans Boutellier publiceerde onlangs een herziene versie van zijn boek Het Seculiere Experiment. Hierin analyseert hij de consequenties van de seculiere conditie. Na de ontzuiling ontwikkelde zich een door en door pragmatische samenleving, maar deze lijkt geen antwoord te kunnen bieden op de zorgen van mensen. Hij ziet zowel morele verlegenheid als toenemende radicalisering van verschillende zijden. Boutellier maakt in zijn inleiding de balans op van de seculiere conditie en gaat graag met u in gesprek over perspectieven voor de toekomst.

Op de studiedag georganiseerd door de Girard Studiekring en Respondeo gaat het over de toekomst van onze waarden en de toekomst van de religie.  De bijeenkomst vindt plaats op zaterdag 21 september in de Dominicuskerk in Amsterdam. In de ochtend zal Hans Boutellier spreken. In de middag spreken we over de opgeroepen vragen met elkaar vanuit het perspectief van René Girard en het perspectief van Rosenstock-Huessy.

Programma:

  10.00  Inloop
  10.30  Opening en lezing Hans Boutellier
  11.45  Discussie
  12.30  Lunch
  13.30  Reactie I incl discussie (Girardkring)
  14.30  Pauze
  14.45  Reactie II incl discussie (Respondeo)
  15.45  Afsluiting, borrel

Over de spreker

Professor dr. Hans Boutellier is wetenschappelijk directeur van het Verweij-Jonkerinstituut. Dit instituut doet onafhankelijk onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken en probeert daarmee richting aan het beleid te geven. Recent is van hem verschenen Het seculiere experiment; over westerse waarden in radicale tijden.

Economie was het onderwerp bij de Derde Girardlezing die door de Stichting Girard Studiekring in samenwerking met de Academic Forum van de Universiteit van Tilburg werd georganiseerd. Hoogleraar economie, onderneming en ethiek Johan Graafland sprak in een goed gevulde zaal aan de TU over eigenbelang, marktwerking en deugden in het werk van Adam Smith. Voor de tekst van deze lezing, kijk hier.

In de lezing werd ingegaan op het utilitistische Godsbeeld van Adam Smith. Met een God die het menselijk geluk over de hele breedte van de samenleving optimaliseert, ontstaat de mogelijkheid dat deugden negatieve effecten op het geheel zullen hebben, en ondeugden positieve effecten. Graafland noemde het beroemde voorbeeld van de bakker die niet bakt om mensen te willen voeden, maar om zijn brood te kunnen verkopen en er zelf beter van te worden. In een vrije markt zorgen concurrerende bakkers ervoor dat hij zijn best zal doen om de prijskwaliteit verhouding van zijn producten zo goed mogelijk te houden.

Adam Smith, zo stelde Graafland, staat dichter bij Bernard Mandeville – wiens De fabel van de bijen hij in zijn Theory of Moral Sentiments bekritiseerde – dan algemeen wordt aangenomen. In die zin blijft Smith een inspirator voor het neoliberalisme, waarin morele beschouwingen met betrekking tot het economisch bedrijf steeds worden geweerd. Tegelijkertijd gaf Graafland aan dat Smith ook oog heeft voor de positieve effecten van deugden op de economie.

In onze tijd hebben we te maken met een aantal economische verschijnselen die zich in de 18e eeuw nog niet voordeden, of in ieder geval niet in dezelfde omvang. Graafland noemde de bankencrisis van 2008, de Paradise Papers, de effecten van onze productieprocessen op het milieu. In de tweede helft van zijn lezing besprak hij het empirisch onderzoek waar hij zelf aan meegewerkt heeft: ‘What good markets are good for?’ Hieruit kwam naar voren dat deugden wel degelijk positieve effecten kunnen hebben, met name wanneer het gaat om langetermijneffecten.

Respondent Niels van der Ven ging vooral verder in op de op het eerste gezicht zo paradoxaal lijkende positieve effecten van ondeugden en negatieve effecten van deugden. Hij noemde onder andere de positieve effecten van afgunst en zelfs van roddelen en downplayen. Zonder afgunst zouden er geen checks zijn op allerlei pretenties en psychologisch vervult afgunst een belangrijke signaalfunctie. Ook noemde hij Paul Bloom, wiens boek Against Empathy wijst op de negatieve effecten van deze deugd.

Maar is empathie wel een deugd? Het is wel jammer dat zowel Graafland als van der Ven hier niet aansloten bij de mimetische begeerte van Girard. Als empathie niet alleen leidt tot een ‘dit vóel ik ook’ maar tot een ‘dit wíl ik ook’, dan zit je onmiddellijk in het hart van de ambiguïteit van de mimetische begeerte, waarvan Girard altijd de donkere zijde benadrukt. Om de uit een onbeteugelde afgunst voortkomende totale chaos in te dammen, worden er bijvoorbeeld goederen uitgewisseld – zo ziet Girard de antropologische oorsprong van de economie.

Afgunst en wedijver spelen ook een rol in de dynamiek die tot desastreuze oorlogen kan lijden. In de discussie werd opgemerkt dat Graafland nergens over schaarste sprak, waarop weer de reactie kwam dat ook schaarste in wezen een mimetisch effect is. Een andere vraag die je naar aanleiding van deze lezing kunt stellen is: in hoeverre rechtvaardigt een utilistisch godsbeeld het zondebokmechanisme? Hoewel heel wat vragen over welke bijdrage de mimetische theorie kan leveren aan de economie als wetenschap deze middag zijn blijven liggen, is wel duidelijk geworden dat het de moeite loont economische denkers als Adam Smith een volwaardige plaats te geven in de galerij denkers die voor de mimetische theorie van belang zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 1 mei jongstleden is Simon Simonses studie Kings of Disaster ook beschikbaar als e-book (PDF, Kindle & Epub). Dit is de recentelijk bij de Michigan State University Press gepubliceerde uitgave in de serie Violence, Mimesis and Culture.

Kings of Disaster is het proefschrift dat Simonse onder supervisie van wijlen Girard Studiekring-lid Matthijs Schoffeleers geschreven heeft en in juni 1990 aan de Vrije Universiteit verdedigd heeft. In 1992 is het door Brill in Leiden gepubliceerd als het vijfde deel in de serie Studies in Human Society. Een samenvatting van het boek door de auteur vindt u hier.

De tekst van de nieuwe uitgave is op veel punten opgewaardeerd. Door twee met handwerk tot stand gekomen registers is de toegang tot de tekst aanzienlijk verbeterd. De nieuwe uitgave is verlucht met 90 illustraties. Het wordt voorafgegaan door een helder, zeer leesbaar voorwoord van Mark Anspach.

De gedrukte versie is uitgegeven door Fountain Publishers in Kampala, Oeganda. Voor de Noord Atlantische markt kan de gedrukte tekst besteld worden bij de African Books Collective in Oxford. Deze website (zie preview), zowel als Google Scholar geven nieuwsgierige lezer toegang tot geselecteerde passages van de tekst.

Gevraagd als lid van de Girard kring wat er bijzonder is aan het boek, zegt Simonse: “Toen ik in 1980 – kort op mijn lectuur van La Violence et le sacré en Des Choses cachées – naar Zuid Soedan vertrok, was ik vrij blanco wat betreft het onderwerp waaraan ik een etnografisch veldonderzoek en een dissertatie zou kunnen ophangen. Zes jaar later kwam ik terug terug met een hutkoffer vol aantekeningen over vorstjes, regenmakers, monarchen en andere bekleders van soevereiniteit die stuk voor stuk geduid konden worden als zondebokkoning - één van de favoriete figuren aan de hand waarvan René Girard de werking van het zondebokmechanisme demonstreert. Toen bleek dat ik van die aantekeningen een samenhangend proefschrift kon maken, en en passant een paar theoretische knopen die de antropologen sinds het ontstaan van de wetenschap dwarszaten kon doorhakken, was mijn werk voorgoed verbonden met de figuur van René Girard."

 

29 november 2018, 14:45, Esplanade gebouw, Universiteit van Tilburg

Donderdagmiddag 29 november zal de Girard Studiekring in samenwerking met Academic Forum van de Universiteit van Tilburg de tweejaarlijkse Girardlezing organiseren. De lezing zal worden gegeven door professor Johan Graafland, die economie en ethiek doceert aan de Tilburg Universiteit. Het is nu de derde keer dat een Girardlezing wordt gehouden – Hans Achterhuis en Willem-Jan Otten zijn Graafland voorgegaan in respectievelijk 2014 en 2016.

Vaak hebben auteurs moeite om vast te stellen wat voor geleerde René Girard nu eigenlijk is. Is hij een filosoof, literair criticus, antropoloog, of is hij misschien toch meer een historicus? Als er één ding zeker is, dan is het dat Girard géén econoom is. Toch komt economie regelmatig aan de orde en zijn er binnen de Mimetische Theorie een aantal prominente denkers die zich intensief met economische thema’s hebben beziggehouden – enkele namen zijn Jean Pierre Dupuy, Paul Dumouchel en André Orléans. Ten onzent kunnen we dan denken aan Hans Achterhuis die al in 1988 in zijn boek Het rijk van de schaarste de theorie van Girard noemde.

Het is natuurlijk niet moeilijk in te zien dat in koopgedrag, en activiteiten die koopgedrag moeten stimuleren, zoals adverteren – mimetische elementen een grote rol zullen spelen. En in die zin is de MT altijd relevant in de meest actuele debatten over economische processen. In deze debatten laat Johan Graafland regelmatig zijn stem horen. Onderwerpen waarin hij gespecialiseerd is zijn onder andere economische ethiek, bedrijfsethiek en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) – met betrekking tot dit laatste onderwerp heeft Graafland een aantal empirische onderzoeken uitgevoerd. Daarnaast is Graafland ook theoloog en doet hij onderzoek naar de relatie tussen christelijke ethiek en economie.

De economische denker die in de Girardlezing centraal zal staan is Adam Smith (1723-1790). Velen denken bij Adam Smith onmiddellijk aan “de onzichtbare hand”, en associëren dit met een laissez-faire politiek, maar dit is zeker een karikatuur. Smith geloofde wel degelijk in een rol voor de overheid in de economie. Naast zijn Wealth of Nations (1776) schreef Smith eerder al zijn The Theory of Moral Sentiments (1759), een boek waarin ethiek een veel grotere rol speelt. In zijn bespreking van dit laatste boek zegt Graafland:

Zijn discussies zijn stimulerend, verbreden steeds weer je perspectief, soms tegengesteld aan wat je van een econoom zou verwachten. Je realiseert je dat dit is hoe mensen zijn, zelfs al heb je het zelf nooit eerder bewust opgemerkt. Het boek toont een enorm inzicht in de menselijke natuur.

The Theory of Moral sentiments zal ongetwijfeld aan de orde komen in de Girardlezing. Graafland zal daarin onder meer ingaan op het mensbeeld en godsbeeld bij deze 18de eeuwse Schotse denker. Voor meer informatie, kijk hier.

Datum: Zaterdag 10 februari 2018
Plaats: Dominicuskerk, Spuistraat 12, Amsterdam
Tijd: aanvang: 10.15 (inloop vanaf 9.45u), afsluiting 16.00u - inclusief lunch.
Aanmelden: in verband met deelname aan de lunch is aanmelding van te voren noodzakelijk. U kunt zich aanmelden door een email te versturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Onder de titel Hoe maakt de geschiedenis voortgang? hebben de Girardkring en Respondeo, vereniging rond het werk van Eugen Rosenstock-Huessy, een gemeenschappelijke bijeenkomst belegd, die ook publiekelijk toegankelijk is. Thema is de geschiedenisopvatting van beide denkers en de centrale plaats daarin van de evangeliën.

Beiden komen met een omvattende geschiedenisvisie, en beiden zijn zeer serieus over de bedreiging die van het geweld uitgaat voor de menselijke samenleving.

Opvallend is dat zij in de geschiedenis allebei drie belangrijke fasen onderscheiden: de oudheid, als het slachtoffermechanisme nog niet tot bewustzijn is gekomen. Het tijdperk van de kerk of de westerse geschiedenis, als de evangeliën het geweld benoemen en zo eigenlijk onmogelijk maken – zowel Girard als Rosenstock-Huessy zien dat als een tijdperk waarin het bewustzijn er wel is, in de literatuur, in de verkondiging van de kerk, maar de maatschappelijke praktijk wordt daar maar in beperkte mate door geraakt.      

Met de 20e eeuw breekt er een nieuw tijdperk aan: steeds meer worden wij gedwongen ons de ethiek van de Bergrede eigen te maken ter wille van onze eigen voortbestaan. Rosenstock-Huessy noemt dit de eindtijd, in die zin dat door de techniek de beslissing over heil en onheil in onze eigen handen ligt.

Girard en Rosenstock-Huessy gebruiken een verschillend jargon om aan deze visie uitdrukking te geven. Zo zou Rosenstock-Huessy spreken van openbaring van het gebod tot de liefde en niet van onthulling van het slachtoffermechanisme. En waar bij de cultuur benadert vanuit de taal, doet Girard dit vooral vanuit de literatuur. Maar beiden hebben een sociologie van de vrede op het oog en dat maakt een gesprek boeiend en veelbelovend.

Hoe komen wij het slachtoffermechanisme te boven? Brengt ons de geschiedenis op hoger moreel niveau? Is er zoiets als heilsgeschiedenis?

Aanmelden: in verband met deelname aan de lunch is aanmelding van te voren noodzakelijk