Nieuws & Agenda

In 2020 werd op 27 maart de eerste bijeenkomst gehouden in de vorm van een zoomsessie. Oorspronkelijk was een voordracht gepland van Per Grande, professor filosofie aan de universiteit van Bergen in Noorwegen. Op die vrijdag en in het weekend daarna zou hij in Amsterdam zijn. Er waren mailtjes rondgegaan over geschikte hotels, een restaurant waar we met de belangstellenden na de bijeenkomst zouden kunnen gaan eten. Hoewel de eerste afzeggingen binnen begonnen te druppelen besloten we aanvankelijk de sessie gewoon door te laten gaan.

Feesten was eind februari, begin maart nog heel normaal. Er kon in die dagen nog volop gehost worden – na een voetbalwedstrijd in Bergamo, bij een après-ski in Ischgl, op het carnaval in Tilburg. Maar opeens ging alles heel snel en ging de wereld op slot. Uit Tilburg kwam, precies op 27 maart, in de avond na de eerste zoombijeenkomst, een appje van een kringlid binnen met maar vijf woorden – ‘Lig in ziekenhuis. Waarsch corona.’ Hij zou er nog bijna vier weken liggen, waarvan twaalf dagen op intensive care.

Op de eerste zoomsessie hebben we gezamenlijk besloten de frekwentie van de bijeenkomsten op te schroeven van eens per twee maanden naar eens in de veertien dagen. De eerste weken waren bijzonder intensief. Iedereen was nog aan het tasten over wat corona, inmiddels onmiskenbaar uitgegroeid tot een ‘pandemie’, voor onze wereld zou kunnen betekenen. Besmettelijkheid is een belangrijk thema in de mimetische theorie en een van de teksten die we hebben bestudeerd en besproken is ‘De pest in de literatuur en de mythe’ van René Girard zelf. Andere boeken die werden besproken in 2020 waren Heerschappij van Tom Holland, Living with Robots van Paul Dumouchel en de roman Hanesteen van Michael Elias.

Een online sessie kan een fysieke bijeenkomst niet vervangen. Deze ervaring zullen veel mensen in 2020 hebben opgedaan. Toch hebben we ook in de studiekring de voordelen van digitale sessies leren kennen. Een kringlid uit België die maar zelden in de gelegenheid was naar Amsterdam te komen was nu vaak van de partij. In het najaar, toen een ander kringlid terugging naar zijn woonplaats Nairobi, kon hij gewoon aan de kringbijeenkomsten blijven deelnemen.

Ook de tweejaarlijkse Girardlezing heeft in 2020 dankzij de electronica doorgang kunnen vinden. Op 10 december gaf Marcel Poorthuis een lezing over de kort tevoren overleden Londense rabbijn Jonathan Sacks. Het was een samenwerkingsverband met uitgeverij Skandalon, waar twee boeken van Sacks waren verschenen. Graag hadden we het publiek dat deze lezing heeft bezocht – meer dan 100 mensen – in een zaal bij elkaar zien zitten.

In 2020 zijn ons ook twee kringleden ontvallen: Herman Wiersinga en Sonja Pos. Beiden waren de laatste jaren niet meer bij de bijeenkomsten aanwezig. Herman Wiersinga, actief lid geworden in de jaren negentig, heeft zich een aantal jaar geleden teruggetrokken. Hij overleed op 20 september op 93-jarige leeftijd. Sonja Pos had nog graag de Girardkring bezocht, maar haar ziekte verhinderde dat. Sonja was 84 jaar oud toen ze op 11 november overleed. Herman Wiersinga was bekend als theoloog en Sonja Pos bewoog zich in de literatuur. Velen zullen zich Sonja’s promotie op het werk van Willem Frederik Hermans herinneren. Van Sonja en Herman verschenen in de media korte necrologieën.

De bijeenkomst met Per Grande die we op 27 maart hebben moeten afgelasten heeft uiteindelijk plaatsgevonden op 29 januari 2021. De mogelijkheid om vanuit Noorwegen naar Amsterdam te komen, het organiseren van een borrel na een goede intellectuele uitwisseling, het lijkt in dit voorjaar allemaal verder weg dan ooit. Eind januari werd voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een avondklok is ingesteld. Het zal zeker nog een hele tijd duren voor de VU weer voor de Girardkring zal opengaan. Tot die tijd zullen we blijven zoomen en elkaar alleen zien in kleine hokjes op een computerscherm. Het is niet anders, maar toch, hoe had de kring 2020 moeten doorstaan zonder computers?

 

Opname van de de Girardlezing. Transcriptie van de tekst van de lezing. De tekst van de respons van Michael Elias.

Op 10 december 2020 werd voor ruim 160 bezoekers de vierde Girardlezing gehouden. Het evenement vond plaats in de vorm van een digitale sessie. Hierin ging de nodige aandacht uit naar de sterk verbeterde verhoudingen tussen Joden en Christenen in de laatste decennia. Dit sprak niet alleen uit de lezing zelf, die gegeven werd door Marcel Poorthuis, hoogleraar interreligieuze dialoog aan de universiteit van Tilburg. Ook in de bijdragen van de respondenten, de rabbijn Menno ten Brink en de girardiaan Michael Elias, christelijk georiënteerd maar met een grote belangstelling voor hebraïca, kwam dit duidelijk naar voren.

De complexiteit van het onderscheid tussen ‘joden’ en ‘christenen’, zoals dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling is ontstaan, staat in onze tijd onder grote aandacht van filosofen en theologen. Men heeft er lang over gedaan om helder in beeld te krijgen dat over Jezus, maar ook over Paulus, gedacht moet worden als mensen die jood waren, als mensen die zich binnen de joodse traditie bewogen. De wijze waarop vroege christenen naar het jodendom hebben gekeken, werd door Menno ten Brink beschreven als de wijze waarop een puberzoon zich tegen zijn moeder af kan zetten. Het is een kwalificatie die minder zwaar op de maag ligt dan vele anderen over hetzelfde onderwerp, een kwalificatie ook, die de nauwe banden tussen beide religies accentueert.

In de religieuze historiografie van René Girard is de belangrijkste tegenstelling die tussen het joods-christelijke onthullings-traject van de zondebok aan de ene kant en de archaïsche religies aan de andere kant. Maar het christendom vormt bij hem nog altijd een culminatiepunt van een manier van religieus denken die al vanaf de eerste bladzijden van het boek Genesis in gang wordt gezet. En inderdaad, Adam en Eva kwamen in de lezing ook weer voorbij.

Girards opvatting dat het christendom sluitstuk en voleindiging zou zijn van een oorspronkelijk joodse inspiratie heeft wellicht de toestroom van geïnteresseerde joodse denkers tot de mimetische theorie aanvankelijk geen goed gedaan. Dit verschil is echter in de loop der tijd naar de achtergrond geweken. Binnen de Girardkring is in het verleden ruimschoots aandacht besteed aan joodse thema’s, zoals de ‘yetser hara’ (de kwade aandrift die getransformeerd zou kunnen worden tot een goede aandrift, de 'yetser tov') en ook ‘yom kippoer’ (grote verzoendag). Andersom zijn er joodse denkers die de mimetische theorie tot centrum van hun denken hebben gemaakt.

En ook dat kwam in de lezing en de responsen allemaal voorbij: ‘yom kippoer’, de aandrift of de ‘yetser’, en ook de naam van een joods denker als Sandor Goodhart, het werd allemaal met name genoemd. En daar kunnen we dan, bij dit alles, de naam van de op 7 november overleden Britse rabbijn Jonathan Sacks aan toevoegen. Michael Elias vertelde dat hij Jonathan Sacks had leren kennen tijdens het lezen van Dignity of Difference (2002) en zich af had gevraagd waarom deze de mimetische theorie van Girard niet noemde. Maar in wat misschien Sacks bekendste boek is, Not in God’s Name uit 2015, zou de mimetische rivaliteit expliciet aan de orde komen en onder andere ingezet worden bij de exegese van het verhaal van Jakob en Esau.

Uit de wijze waarop Sacks het denken van Girard in zijn werk heeft opgenomen spreekt een grote welwillendheid jegens diens denkgoed. Toch deed Marcel Poorthuis er goed aan een aantal accentueringen te noemen die in Sacks adoptatie van de mimetische theorie de aandacht vragen. Zo benadrukt Sacks dat ook de agressor een slachtoffersrol kan aannemen, zoals nazi-Duitsland zichzelf begreep als slachtoffer van joodse complotten. Na een wat bredere visie op de antropologische functies van het offer te hebben gegeven – Girard heeft eigenlijk alleen maar aandacht voor de wijze waarop offers geweld kanaliseren – boog Poorthuis zich over de boeken Genesis en Leviticus. Het is in het 16de hoofdstuk van Leviticus, dat de zondebok zelve optreedt. De zondebok is niet zomaar een metafoor. De zondebok, dat is het dier waarop de vroege joodse gemeenschap haar schulden en overtredingen ritueel overdroeg.

Ook ging Poorthuis uitgebreid in op de zogenaamde 'Akedah', het verhaal in Genesis 22 dat begint met de opdracht aan Abraham zijn zoon te offeren. Het is een omstreden verhaal dat, zo benadrukte Poorthuis, je helemaal ten einde moet lezen. Het is bij dit verhaal dat hij een citaat van Sacks inlastte: 'Daarom onderwerpt God bij het begin van de joodse geschiedenis Abraham en Sara aan deze beproevingen. Het lange wachten, de niet vervulde hoop en het vastbinden, zodat zij en hun nakomelingen nooit kinderen als vanzelfsprekend zouden beschouwen. Ieder kind is een wonder. Door een ouder te zijn komen we dicht bij God. Leven scheppen door een daad van liefde. Zelfs vandaag de dag is dit een les die de wereld nog niet heeft geleerd. Omwille van de mensheid moet de wereld die les leren, want de tragedie is enorm en de tijd dringt.'

Menno ten Brink, die het eerste exemplaar van de vertaling van het Genesis-boek van Sacks in ontvangst mocht nemen, maande het publiek vooral veel Sacks te blijven lezen. Speciaal aanbevolen werd Sacks laatste boek, het dit jaar verschenen Morality: Restoring the Common Good in Divided Times. Jonathan Sacks is een auteur met een diepe bezorgdheid voor de noden van onze tijd. Hij is iemand die probeert het buiten werking stellen van de herinnering aan de grote geestelijke reserves van onze cultuur, of zoals ter Brink het noemde – het outsourcen van de geest – vanuit de joodse traditie te keren.

De twee vertalingen die bij uitgeverij Skandalon zijn verschenen, zijn: Genesis. Boek van het begin en Leviticus. Boek van het heilige. De lezing is georganiseerd door een samenwerkingsverband van uitgeverij Skandalon, Stichting Girard Studiekring en de Studium Generale van de Tilburg University

 

 

Begin september is er besloten de kringbijeenkomsten voort te zetten in de vorm van zoomsessies. Het bleek aan het eind van de zomer niet mogelijk ruimtes te huren op de Vrije Universiteit. Ook zou het reizen met het openbaar vervoer voor een aantal leden bezwaarlijk zijn.

We kunnen, nu er inmiddels sprake is van een tweede golf, blij met deze beslissing zijn. Wat de frequentie betreft zijn we van eens in de twee weken tijdens de lockdown naar eens per maand gegaan. Het programma voor het komende najaar en het begin van 2021 is te vinden op de kringbijeenkomsten- pagina.

Datum: 10 december 2020
Tijd: 15:00 - 17:00
Locatie: link voor de zoomsessie

 

Geweld dreigt als zelfbenoemde slachtoffers zondebokken gaan aanwijzen. Aan de hand van het werk van René Girard en rabbijn Jonathan Sacks spreekt Marcel Poorthuis, hoogleraar interreligieuze dialoog, hierover in de 4e Girardlezing.

 “Degenen die anderen de schuld geven en zichzelf als slachtoffer definiëren, zijn voorbestemd om slachtoffer te blijven. Degenen die verantwoordelijkheid aanvaarden, veranderen de wereld omdat ze hebben geleerd om zelf te veranderen” (Jonathan Sacks, 2020)

 

Het offer

Volgens de Frans-Amerikaanse denker René Girard (1923-2015) ligt geweld aan de oorsprong van de menselijke cultuur. De offercultus gaat terug op oorspronkelijk zondebokgeweld en beoogt dit geweld in te dammen. De Thora beschrijft de Joodse offercultus, die echter ook bekritiseerd wordt in de profeten. Die kritiek vindt volgens Girard zijn hoogtepunt in het evangelie van Jezus Christus, zowel in zijn prediking als in zijn lijden. Offers werken niet meer en zijn niet meer nodig, wel bekering. Dat in de theologie en de praktijk van de kerk (denk bijvoorbeeld aan de Kruistochten) de noodzaak van het offer vaak wel een centrale plaats innam, berust op een verkeerde interpretatie van het evangelie.

Hoop

Jonathan Sacks (1948-2020) was opperrabijn van Groot-Britannië, lid van het Britse Hogerhuis en auteur van vele bestsellers waaronder Niet in Gods naam. Ook zijn serie over de Thora – Verbond en dialoog, joodse lezing van de Thora –  waarvan het Exodus-boek eerder in het Nederlands is vertaald, heeft diepe indruk gemaakt. In december verschijnen bij uitgeverij Skandalon de vertalingen van het Genesis- en Leviticus-boek. In Niet in Gods naam bestrijdt hij de populaire visie dat religie de oorzaak is van geweld. Met verwijzing naar Girard benadrukt hij dat religie juist het een medicijn is tegen het geweld.  Tevens gebruikt hij Girards begrip van mimetische rivaliteit om de broedertwisten in het boek Genesis te analyseren en laat hij zien dat in hun samenhang gelezen deze ook een hoopvol perspectief bieden.

Weg uit polarisatie

Sacks maakt dus dankbaar gebruik van het werk van Girard. Maar zijn deze denkers het op alles met elkaar eens? Wat voegt de Thora-lezing van Sacks toe aan het werk van Girard? Het onderwerp van geweld en zondebokuitdrijving is bijzonder relevant in de huidige tijd van polarisatie. Beschuldigingen aan het adres van de ene groep gaan samen met het zich definiëren als slachtoffer. Welke weg wijzen Sacks en Girard om hieruit bevrijd te worden?

Programma

De Girardlezing zal worden verzorgd door prof. Marcel Poorthuis, hoogleraar in de dialoog tussen de godsdiensten aan de Faculteit Katholieke Theologie van Tilburg University. Dr. Michael Elias, taalkundige en oud-voorzitter van de Girard studiekring, zal als respondent optreden. Na de lezing zal de boekpresentatie plaatsvinden van de vertalingen van het Genesis- en Leviticus-boek.

De lezing is te volgen via een live verbinding.

Op zondag 7 juni is op NPO2 de docuserie Why We Hate van start gegaan. De serie is geproduceerd door niemand minder dan Steven Spielberg en gaat in op vragen die in de mimetische theorie centraal staan.

De antropoloog die in de eerst aflevering de kijker meeneemt naar vragen over de oorsprong van haat en agressief gedrag is Brian Hare. Hoewel het beeldmateriaal dat aan de hand van zijn onderzoekingstocht getoond wordt vaak bijzonder fascinerend is, is het tegelijkertijd teleurstellend dat deze professor in de antropologie op geen enkele manier naar het werk van Girard verwijst.

Het is juist de mimetische theorie die, wat betreft agressie en het gebruik van geweld, een belangrijke hypothese biedt voor wat de schakel tussen de primaten en de mens kan zijn. Het allereerste ontstaan van een vorm van cultuur heeft precies te maken met de noodzaak het interne geweld te beheersen en te kanaliseren. Zonder dat zou het voortbestaan van de mens als soort op het spel staan.

Zo schrijft Girard in Wat vanaf het begin der tijden verborgen was… ‘Als chimpansees in plaats van takken naar elkaar te gooien zoals zij soms doen, zouden leren elkaar met stenen te bekogelen, zou hun sociale leven radicaal veranderen: zij zouden óf als soort verdwijnen óf net als de mensen verboden gaan instellen’ (p.106).

Cultuur, religie, verboden, maakt een verdere evolutie van een grotere herseninhoud en dus ook een groter mimetisch vermogen mogelijk. Soms is het alsof je Brian Hare ziet zoeken en tasten als in een niemandsland, precies op het terrein waar de mimetische theorie zo veel te bieden heeft. Erik Buys zal deze serie op zijn weblog Mimetic Margins volgen, de afleveringen afzonderlijk bespreken en verbindingen leggen met de mimetische theorie.