Economie was het onderwerp bij de Derde Girardlezing die door de Stichting Girard Studiekring in samenwerking met de Academic Forum van de Universiteit van Tilburg werd georganiseerd. Hoogleraar economie, onderneming en ethiek Johan Graafland sprak in een goed gevulde zaal aan de TU over eigenbelang, marktwerking en deugden in het werk van Adam Smith. Voor de tekst van deze lezing, kijk hier.

In de lezing werd ingegaan op het utilitistische Godsbeeld van Adam Smith. Met een God die het menselijk geluk over de hele breedte van de samenleving optimaliseert, ontstaat de mogelijkheid dat deugden negatieve effecten op het geheel zullen hebben, en ondeugden positieve effecten. Graafland noemde het beroemde voorbeeld van de bakker die niet bakt om mensen te willen voeden, maar om zijn brood te kunnen verkopen en er zelf beter van te worden. In een vrije markt zorgen concurrerende bakkers ervoor dat hij zijn best zal doen om de prijskwaliteit verhouding van zijn producten zo goed mogelijk te houden.

Adam Smith, zo stelde Graafland, staat dichter bij Bernard Mandeville – wiens De fabel van de bijen hij in zijn Theory of Moral Sentiments bekritiseerde – dan algemeen wordt aangenomen. In die zin blijft Smith een inspirator voor het neoliberalisme, waarin morele beschouwingen met betrekking tot het economisch bedrijf steeds worden geweerd. Tegelijkertijd gaf Graafland aan dat Smith ook oog heeft voor de positieve effecten van deugden op de economie.

In onze tijd hebben we te maken met een aantal economische verschijnselen die zich in de 18e eeuw nog niet voordeden, of in ieder geval niet in dezelfde omvang. Graafland noemde de bankencrisis van 2008, de Paradise Papers, de effecten van onze productieprocessen op het milieu. In de tweede helft van zijn lezing besprak hij het empirisch onderzoek waar hij zelf aan meegewerkt heeft: ‘What good markets are good for?’ Hieruit kwam naar voren dat deugden wel degelijk positieve effecten kunnen hebben, met name wanneer het gaat om langetermijneffecten.

Respondent Niels van der Ven ging vooral verder in op de op het eerste gezicht zo paradoxaal lijkende positieve effecten van ondeugden en negatieve effecten van deugden. Hij noemde onder andere de positieve effecten van afgunst en zelfs van roddelen en downplayen. Zonder afgunst zouden er geen checks zijn op allerlei pretenties en psychologisch vervult afgunst een belangrijke signaalfunctie. Ook noemde hij Paul Bloom, wiens boek Against Empathy wijst op de negatieve effecten van deze deugd.

Maar is empathie wel een deugd? Het is wel jammer dat zowel Graafland als van der Ven hier niet aansloten bij de mimetische begeerte van Girard. Als empathie niet alleen leidt tot een ‘dit vóel ik ook’ maar tot een ‘dit wíl ik ook’, dan zit je onmiddellijk in het hart van de ambiguïteit van de mimetische begeerte, waarvan Girard altijd de donkere zijde benadrukt. Om de uit een onbeteugelde afgunst voortkomende totale chaos in te dammen, worden er bijvoorbeeld goederen uitgewisseld – zo ziet Girard de antropologische oorsprong van de economie.

Afgunst en wedijver spelen ook een rol in de dynamiek die tot desastreuze oorlogen kan lijden. In de discussie werd opgemerkt dat Graafland nergens over schaarste sprak, waarop weer de reactie kwam dat ook schaarste in wezen een mimetisch effect is. Een andere vraag die je naar aanleiding van deze lezing kunt stellen is: in hoeverre rechtvaardigt een utilistisch godsbeeld het zondebokmechanisme? Hoewel heel wat vragen over welke bijdrage de mimetische theorie kan leveren aan de economie als wetenschap deze middag zijn blijven liggen, is wel duidelijk geworden dat het de moeite loont economische denkers als Adam Smith een volwaardige plaats te geven in de galerij denkers die voor de mimetische theorie van belang zijn.