Nieuws & Agenda

Op donderdag 9 juni geeft Alain de Botton een lezing in De Nieuwe Liefde in Amsterdam naar aanleiding van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn laatste boek Religie voor atheïsten.

In zijn voordracht A kinder, gentler philosophy of success haalt de Botton met instemming Augustinus aan, wanneer deze schrijft over hoe je mensen (niet) dient te beoordelen als ze zich geen positie in het maatschappelijke leven hebben weten te verwerven. Dit is een voorbeeld van hoe de Botton, in plaats van het verder uitvergroten van tegenstellingen tussen religieus en niet-religieus denken, de rijkdommen van een denken dat zich binnen een strikt gelovig kader afspeelt aanboort, waardeert, en beschikbaar probeert te maken voor de atheïstische medemens, waaronder hij ook zichzelf rekent.

Hierin ook resoneert Alain de Botton met de mimetische theorie, waarin volop aandacht is voor de gemeenschappelijk afkeer van atheïsme en christendom aan de ene kant van afgoderij of idolatrie aan de andere kant. Het oordeel Gods is geen morele afrekening waar pertinent tegen geprotesteerd moet worden, maar juist een bevrijding uit de oordelen en idolen van mensen – de manier waarop we in verschillende historische tijdperken onszelf als geslaagd of minder geslaagd mens begrijpen. Afgoden in onze tijd zijn geen heidense beelden meer die vergruizeld, of sacrale eiken die omgehakt moeten worden – maar, gelovig of niet-gelovig, we hebben wel te maken met het gevaar ons al te zeer met heersende vormen van maatschappelijk succes te identificeren, zoals een goede baan genieten, of een financieel riante situatie, of een uitgebreid netwerk (al of niet virtueel).

De vele en veelal sterke resonanties tussen het denken van Girard en de Botton vinden we niet altijd terug in de voetnoten en literatuuropgaven van zijn boeken, maar op deze profiel-site is toch duidelijk te zien dat de Botton Girards eersteling, Deceit, Desire and the Novel, hogelijk waardeert.

Onder de titel “Rivaliteit is besmettelijk” verscheen op 10 mei in dagblad Trouw een interview met Michael Elias over het conflict in het Midden-Oosten. Sinds een paar jaar is Michael Elias bestuurslid van Nes Ammim, een christelijk dorp in Galilea waar gepoogd wordt de dialoog tussen joden, christenen en moslims zo goed mogelijk te faciliteren.

In het interview komen diverse onderwerpen aan bod die Michael Elias ook al had aangeroerd in de presentatie Slachtoffers van slachtoffers, die hij in mei 2010 voor de Girard Studiekring heeft gegeven. Zoals de manier waarop het weigeren partij te kiezen door de betrokkenen nauwelijks wordt geaccepteerd. In het interview in Trouw accentueert Elias opnieuw de rol die de taal speelt in de rivaliteit: “Je kiest al partij als je ‘scheidingsmuur’ zegt, of juist ‘verdedigingshek’.” Naast de strijd om de keuze  van woorden om bepaalde politiek-sociale gebeurtenissen te benoemen, bestaat er ook iets als een mimetische drang de terminologie van de rivaliserende partij toe te eigenen – zoals bijvoorbeeld gebeurt wanneer de Palestijnen spreken over hun eigen ‘holocaust’.

Ook als we het Midden-Oosten benaderen vanuit de geschiedenis zien we hoe relevant de inzichten van Girard in de aldaar spelende conflicten kan zijn. Vóór 1948 stonden de werelden van joden en arabieren zover uit elkaar dat van rivaliteit nog geen sprake kon zijn. Ten tijde van de Zesdaagse Oorlog ging het er nog om wie deze oorlog zou kunnen winnen. Nu gaat het er veel meer om wie zich ten aanzien van de media als slachtoffer kan voorstellen.

 

Onlangs is bij de Michigan State University Press de titel Sacrifice verschenen. Dit is de Engelse vertaling van een reeks lezingen die René Girard in 2002 gegeven heeft voor de Bibliothèque Nationale welke een jaar later in het Frans verscheen is als Le Sacrifice. In deze lezingen gaat Girard in op geschriften uit de Vedische traditie. Ook in deze geschriften treft Girard een tendens tot kritiek op het offer aan, een kritiek die – zoals steeds bij Girard – niet eenvoudigweg een kritiek is op het gewelddadige karakter ervan, maar die tevens een ondermijning van de geweldskanaliserende werking van het offer impliceert. Het scherpe contrast dat Girard soms kan aanleggen tussen de joods-christelijke religie enerzijds en sacrale religies anderzijds, komt in dit boek in een breder verband te staan vanuit een perspectief waarin meerdere tradities toegang hebben tot een geleidelijke ontrafeling van de méconaissance waarmee de oorspronkelijke sacralisatie van het slachtoffer gepaard is gegaan. Het boek is vertaald door Matthew Pattillo en David Dawson en is onder andere verkrijgbaar bij de MSUP en Amazon.

Op het St. John College, University of Cambridge vindt eind mei een symposium plaats getiteld: Surviving our origins: Violence and the Sacred in evolutionary-historical time. Zoals het woord origin al suggereert, komen in dit symposium diverse darwinistische perspectieven aan de orde. Darwin is een van de weinige denkers/wetenschappers die – getuige zijn Les origines de la culture – door René Girard zeer bewonderd wordt.


Girards mimetische theorie richt zich steeds op de drempel van de menswording, een era waarin de mimetische rivaliteit een intensiteit kon bereiken waarmee ze hele gemeenschappen kon bedreigen met uitroeiing. Dit interne geweld werd volgens Girard gekanaliseerd in het zondebokmechanisme, een proces dat gepaard ging met de sacralisatie van het slachtoffer. De sacrale religie, die aan de oorsprong ligt van de hominisatie, is met andere woorden een bestaansvoorwaarde voor het hele “project mens”.


Naast de oerscène blijkt de mimetische theorie inzicht te verschaffen in het geweld in latere historische perioden, inclusief de moderniteit. Steeds wordt erkend dat Girards denken van toepassing is op een grote diversiteit aan verschijnselen: van kruistochten en pogroms tot de Dreyfus-affaire en de Holocaust, van de apocalyptiek in de Evangeliën en de mileucrisis tot godsdienstoorlogen, zelfmoordterrorisme en culturele botsingen in onze globaliserende wereld.


Als we het sacraal-religieuze ontgroeit denken te zijn – als het christendom en in het verlengde daarvan de Verlichting ons geholpen hebben de afleidingsmanoeuvres van het zondebokdenken te doorzien en daarmee ook inactief temaken, dan resteert de vraag: hebben we nog wel de middelen om onszelf te beschermen tegen ons eigen mimetische geweld?

Het symposium vindt plaats op vrijdag 27 en zaterdag 28 mei. Sprekers zijn onder andere: Douglas Hedley, Paul Dumouchel, Roberto Farneti, Wolfgang Palaver en Michael Kirwan.


De COV&R-conferentie 2011 is voor de eerste keer in handen van de Italianen. Al eerder hebben we bericht dat de mimetische theorie in Italië een veel bredere bekendheid geniet dan in Nederland, waarmee een Italiaanse COV&R echt op zijn plaats is. De conferentie, georganiseerd door de Universiteit van Messina, zal plaatsvinden van 15-18 juni 2011 op de Aeolische eilanden – kleine eilandjes in de Middellandse zee (zoals Elba of Lampedusa).

Politieke geschiedenis en mimetische theorie zullen elkaar in deze conferentie wederom, ja, verhevigd ontmoeten:  centraal in deze COV&R staan vraagstukken over orde en chaos. Het boek waar alle aandacht naar zal uitgaan is René Girards laatsteling Achever Clausewitz, een boek dat zoals Girard zelf in zijn voorwoord aangeeft een apocalyptische strekking heeft, en waarin de conditie van het westerse bestel teruggetraceerd wordt tot de Napoleontische oorlogen en verder. De officiële titel van de COV&R is Disorder/Order in History and Politics.

Eén van de vier subthema’s draagt de titel: The Mediterranean Sea: What Are We Doing in Here? De Mediterraanse regio in het algemeen en Sicilië in het bijzonder is in de politieke geschiedenis steeds een belangrijk speelveld geweest. En nog steeds, zo zien we vandaag de dag – met Tripoli hemelsbreed op slechts een paar honderd kilometer afstand.

Inschrijven is mogelijk op de COV&R 2011 website.


Eolische eilanden