Nieuws & Agenda

Op 26 tot 28 oktober werd te Leuven een symposium gehouden, waarin een aantal vertegenwoordigers uit Europese centra waar het werk van René Girard systematisch bestudeerd wordt – Innsbruck, Londen, Leuven, Amsterdam – bijeenkwamen en met elkaar van gedachten wisselden. Het symposium stond ook in het verlengde van de interreligieuze dialoog, met name met betrekking tot de Islam, en bouwde daar mee voort op de COV&R-bijeenkomsten van 2007 in Amsterdam (Vulnerability and Tolerance) en 2009 in London (Fearful Symmetries) .

De Nederlands/Vlaamse delegatie bestond uit Philip van Wijk, Jannet Delver, Erik Buys, Wiel Eggen, Hubert Darthenay, Cor Smit en Jan Weenink. Philip van Wijk bracht de deelnemers op de hoogte van de activiteiten van de Girard Studiekring over de afgelopen decennia. Daarnaast waren er korte presentaties van Wiel Eggen en Jannet Delver. Het symposium werd georganiseerd door Michael Kirwan (Londen). Innsbruck werd vertegenwoordigd door Wolfgang Palaver. Ook uit Londen kwamen de politicoloog en theoloog Scott Thomas, en de uit Syrië afkomstige Islamtheoloog Ahmad Achtar. Er is een aanzet gemaakt voor het symposium in Berkeley 2011 over mimetische theorie en de wereldreligies.

Het symposium werd door de deelnemers als positief ervaren. Een van hen, Jannet Delver, vertelde dat ze met betrekking tot Girard al een verleden in België heeft liggen: “Voor mij was het vertrouwd, maar ook interessant om weer omgeven te zijn door mensen die sterk betrokken zijn op de mimetische theorie. Ik heb me zelf met de kring beziggehouden vanuit mijn functie als universiteitspastor VU van 1993-2005, als opvolger van Seth Boonstra door wie samen met Roel Kapteijn de Girard Studiekring is opgericht in, naar ik meen, 1982. In 1985 heeft Girard vanuit dit kader zijn eerste eredoctoraat van de VU ontvangen. Ooit heb ik Des choses cachées gelezen als onderdeel van een serie colleges cultuurfilosofie op de UvA. Deze werden gegeven door de Brusselse professor Hubert Dethiers, marxist en agnost. Hij was destijds, begin jaren 80, niet de enige Vlaming die zich met Girard bezig hield. Daardoor gaf mij het bezoek aan Leuven ook een wat nostalgisch gevoel.”

Op de vraag hoe haar huidige werk aansluit bij de theorie van Girard, antwoordde ze: “Omdat ik sinds 2005 weinig tijd heb om de bijeenkomsten te bezoeken is Girard wat op de achtergrond geraakt. In het kader van mijn huidige werk als hoofd van de dienst Pastoraat en geestelijke verzorging aan het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam, heb ik een programma Interculturalisatie ontwikkeld. Het programma loopt nu drie jaar en bestaat uit welgeteld 42 projecten binnen zeven thema’s, waarvan “kennis delen in onderwijs en onderzoek”, “vergroten van culturele competentie medewerkers” en “wereldkeuken” drie voorbeelden zijn. De mimetische theorie zou een rol kunnen spelen bij het verder inhoudelijk ontwikkelen van de visie waarop het programma gebaseerd is. De theorie van Girard toepassen op een praktische casus ter analyse is natuurlijk vaak gedaan, maar de praktijk richten naar de mimetische theorie is eigenlijk de omgekeerde volgorde. De 3-daagse in Leuven heb ik al met al als inspirerend ervaren.”

Jezus Christus: Zondebok en/of Lam Gods: Met René Girard op zoek naar de goddelijkheid van Jezus Christus - dit is de volledige titel van de masterthesis waarmee Stijn Demaré, schrijver van de studie Goden en helden en de massa: hedendaagse tragedie, deze zomer de graad van Master in de godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen heeft behaald. In de mimetische theorie, met haar sterk antropologische inslag, wordt de vraag naar de goddelijkheid van Jezus steeds opnieuw aan de orde gesteld – zoals al heel expliciet in Des Choses Cachées (1978) van René Girard zelf. Begrippen als goddelijkheid en transcendentie – die in een verlichtingsfundamentalisme als eindeloos verouderd worden voorgesteld – dienen opnieuw bevraagd en doordacht te worden. Wat bedoelen we eigenlijk als we dergelijke woorden au sérieux willen blijven nemen – in  plaats van ze als metaforen in te zetten, zoals gebeurt in zovele vormen van huis-, tuin- en keukenpsychologie en -sociologie.

Serieus is de vraag die Gil Bailie in zijn Violence Unveiled over Jezus Christus stelt. Het citaat komt uit Demaré's thesis:

At the narrative level, the level at which Christian believers revere the texts, the Gospels present us with a man whose relationship with God was so utterly profound, unique and mysterious that the ordinary meaning of the word “relationship”  broke down under the weight of it; a man whose incomparable understanding of the human dilemma could in no way be explained by reference to learning or genius or wisdom or experience.

God en Jezus, wat voor relatie – die eigenlijk al geen relatie in de normale zin des woords meer is – is dat dan? En waaraan moeten we het onvergelijkelijke inzicht in het menselijke dilemma van Jezus Christus dan wel toeschrijven?

De vele mogelijke vragen omtrent de goddelijkheid van Jezus raken, onder andere, de vele vragen die Friedrich Nietzsche ten aanzien van het christendom heeft gesteld. In zijn voorwoord geeft Stijn Demaré aan dat Nietzsche het vertrekpunt is geweest vanwaaruit zijn hele studie heeft kunnen voortkomen. Naast Nietzsche en Girard, werpt Demaré in zijn thesis, net als al in Goden en Helden, een blik op de (post)moderne idoolcultuur en buigt zich over fenomenen als Michael Jackson en Lady Diana. Nietzsche, Girard en idolatrie à la 21ste eeuw: het wordt allemaal op boeiende wijze in zijn thesis bijeengebracht.

Lees hier de volledige tekst. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. worden verwelkomd.

Op 12 juli start de Europese Zomerschool 2010.

24 sept 2010 - Kringbijeenkomst: Joachim Duyndam, Goede mimese?