Nieuws & Agenda

Op 4 november 2016 organiseert de Girard Studiekring in samenwerking met de Vrije Universiteit de tweede Girardlezing. De lezing zal gegeven worden door Willem Jan-Otten, die hiermee Hans Achterhuis opvolgt (Girardlezing 2014). De titel van de lezing is "De DUIVEL is een SCENARIST(VONDEL EN DE STAATZUCHT)". De lezing kan worden bijgewoond in De Nieuwe Poort in Amsterdam, op loopafstand van Station Zuid.

Een belangrijk verschil tussen de mimetische theorie van René Girard enerzijds, en gangbare psychologische theorieën anderzijds, is dat Girard de oorzaak van problematisch en zelfs potentieel gewelddadig te noemen gedrag aan de orde stelt. Terwijl wetenschappelijke theorieën ons overladen met empirisch materiaal, schroomt Girard niet woorden te gebruiken die we maar al te goed kennen uit de christelijke traditie.

IJdelheid, trots, afgunst – binnen een wetenschappelijk denken zijn het taboewoorden. Maar  tot op de dag van vandaag zijn het thema’s die de romanliteratuur voor een groot gedeelte beheersen. Een ander begrip is “snobisme”– ditmaal zonder christelijke erfenis. “Snobisme” is een modern woord dat vaak geassocieerd wordt met het literaire werk van Marcel Proust, een auteur die in het denken van Girard een zeer grote belangstelling geniet.

Staatzucht – is ook een woord dat in dit rijtje thuishoort. Het Woordenboek der Nederlandse taal geeft aan dit lemma de omschrijving: "hevige begeerte naar eer en aanzien, voorzoover deze verbonden zijn aan een hooge positie, het bekleeden van hooge waardigheden." Staatzucht is een oud woord dat niet meer bij ons is, maar in de 17de en 18de eeuw kon iedereen er blijkbaar zaken mee verduidelijken of op zijn minst benoemen. Staatzucht is kortom één van de vele namen van een vorm van mimetische ellende, zou je kunnen zeggen. Het begrip staat centraal in de toneelstukken van Vondel, en over de actualiteit van dit onderwerp zal Willem-Jan Otten ons in zijn lezing verder inwijden.

Willem-Jan Otten heeft zich als auteur zowel bewogen op het vlak van de poëzie en de romanfictie, als de essayistiek. Als essayist combineert hij vaak thema’s uit zijn persoonlijke leven of maatschappelijke vraagstukken (of beiden) met een reflectie op het werk van één specifieke of een klein aantal literaire romanschrijvers, toneelschrijvers of cineasten. Zijn essays hebben geen streng wetenschappelijke of filosofische pretenties, maar bewegen zich moedig binnen het veld van wat literatuur en films kunnen laten zien, en benaderen dingen die er toe doen, in je ziel, in de wereld, overal.

Programma
14:30 Welkom door dagvoorzitter Els Launspach
14:40 Girardlezing door Willem-Jan Otten
15:30 Reacties door Renée van Riessen en Johan Koppenol 
16:00 Zaaldiscussie
16:30 Borrel

Vrijdag 4 november 2016 | Toegang gratis | Amsterdam, de Nieuwe Poort, Claude Debussylaan 2 (op loopafstand van Station Zuid)  

Gezien het beperkte aantal plaatsen graag van te voren reserveren door een email te sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

De Girardlezing wordt georganiseerd door de Girard Studiekring in samenwerking met de Goldschmeding Chair, Centrum Èthos van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit en De Nieuwe Poort.

 

Al langer leefde bij de Girard Studiekring de gedachte om een lesmodule te maken waarin Shakespeare gecombineerd zou worden met het denken van René Girard.  Een lesmodule die door leraren en leraressen Engels in het middelbare onderwijs ingezet zou kunnen worden. Een module gericht op de klassen Advanced en Proficiency English, of leerlingen die een traject op maat volgen.

In november 2015 is vanuit de Girard Studiekring het Lesproject Midzomernacht gelanceerd waarin het combineren van het lesgeven in de Engelse taal, over literatuur en over de mimetische theorie in de praktijk werd gebracht. Els Launspach heeft in samenwerking met docente Engels Janet Hennink aan het Stedelijk Gymnasium in Haarlem een aantal lessen verzorgd waarin William Shakespeare’s A Midsummer Night’s Dream klassikaal werd gelezen. 

Naast het lezen van het stuk, het geven van achtergrondinformatie over het Elizabethaanse theater en het vertonen van een aantal DVD-fragmenten, werd in deze lessenserie expliciet aandacht besteed aan de mimetische theorie. De mimetische theorie biedt belangrijke inzichten in en discussiepunten over identiteitsvorming, die aan de hand van de Midzomernachtsdroom saillant naar voren gebracht kunnen worden. Het boek op de achtergrond is René Girard’s grote Shakespeare-studie Het schouwspel van de afgunst

Van de lessenserie zijn een aantal videopnamen gemaakt (kort en lang). Ook is er een lesdocument opgesteld waarin de tekst van Shakespeare is voorzien van toelichtingen en toetsing/essayvragen. Voor meer informatie, mail naarDit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

Op 4 november 2015 is René Girard op 91-jarige leeftijd in zijn woning in Stanford overleden. Hiermee verliest de wereld een van haar grootste denkers. Girards Mimetische Theorie omspant vanaf zijn eerste studie De romantische leugen en de romaneske waarheid (1961) tot aan zijn laatste boek (in samenwerking met Benoît Chantre) Achever Clausewitz (2007) talloze belangwekkende thema’s en bestrijkt een veelheid aan academische disciplines zoals literatuurstudies, antropologie, filosofie, theologie, psychologie en geschiedenis.

Hoe de Mimetische Theorie de geschiedenis in zal gaan is iets wat nog te bezien valt. Want  terwijl intellectuele modes elkaar snel kunnen afwisselen – is de receptie van Girards denken nog steeds in volle gang. Zijn werk is nog steeds op talloze plaatsen aan het “landen”. Vanaf de publicatie van zijn grootste en meest omvattende werk Des choses cachées depuis la fondation du monde in 1978 bestaat er een persistente belangstelling voor het werk van René Girard, een zich telkens hernieuwende interesse die steeds weer door nieuwe generaties studenten wordt opgepakt.

Girard was al geruime tijd ziek, waardoor zijn overlijden niet helemaal als een verrassing komt. De berichten die tot dusverre op internet zijn verschenen zijn heel divers. Bijzonder uitgebreid en welsprekend is de terugblik van Scott Codwell op de website van de Australische ABC. Benoît Chantre schreef op de website van de Association Recherches Mimétiques een heel beknopt en persoonlijk bericht. In Nederland verscheen in de NRC een korte necrologie van de hand van Ger Groot. De Figaro publiceerde een reeks reacties van Franse prominenten waaronder François Hollande. Een hele lijst aan berichten in diverse talen is te vinden op de Facebook site van de COV&R.

 

Speciale aandacht aan de op 4 november 2015 overleden René Girard in het blad Sophie, een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Onder de titel ‘De geschiedenis van de Parakleet’ is een tekst van Girard zelf in het blad opgenomen - een hoofdstuk uit zijn boek De zondebok. ‘Mimeseverbreding’ is een van de termen die Nico Koning bezigt in zijn artikel ‘Het is de triomf van de terrorist om als gelijke erkend te worden’. Daarmee doelt Nico Koning, die samen met Hans Achterhuis De kunst van het vreedzame vechten heeft geschreven, onder andere op de rol die sociale media spelen in gebeurtenissen zo divers als de Arabische Lente en de massale toeloop op het feestje in Haren in 2012. ‘Een feestje,’ schrijft Koning ‘is in principe geen ondeelbaar goed, maar door de massaliteit van het verlangen ontstaat een schaarsteprobleem.’ Het thema schaarste wordt ook genoemd in het artikel ‘Begeerte heeft ons aangeraakt’ van Hans Weigand. Schaarste is in het mimetische denken geen uitgangspunt, maar een gevolg van de manier waarop begeerten zich vermenigvuldigen. Maar naast een toeëigeningsbegeerte kun je ook denken in termen van wat Hans Weigand een “creatieve begeerte” noemt, een verlangen naar delen of geven, een begeerte die eveneens aan mimese onderhevig is. ‘Mensen worden geen Brüder’ is de titel van een artikel Frank Mulder waarin een van de centrale inzichten van de mimetische theorie opnieuw wordt benadrukt: hoezeer nabootsing tot rivaliteit kan leiden. Frank Mulder laat een aantal wetenschappers aan het woord die zich met de mimetische theorie bezighouden, zoals Melanie van Oort, Joachim Duyndam en Benoît Chantre met wiens woorden Mulder ook eindigt: “We moeten bewonderen zonder te imiteren. De hele wereld wil dat we onszelf met andere vergelijken. Blijf weigeren.”

In het goed gevulde Auditorium van de Vrije Universiteit van Amsterdam gaf Hans Achterhuis op vrijdag 14 november de eerste Girard Lezing. De mimetische theorie is voor het onlangs gepubliceerde boek dat Hans Achterhuis samen met Nico Koning heeft geschreven, De kunst van het vreedzaam vechten, een zeer belangrijke inspiratiebron geweest, en het denken van René Girard is in dit boek dan ook prominent aanwezig. Met de zinsnede “staande op schouders van reuzen” – een al ouder spreekwoord dat met name bekend is geworden door Isaac Newton – greep Achterhuis de Girard Lezing aan om zowel zijn bewondering voor Girard te uiten, alsook duidelijk te maken dat hij steeds een kritische afstand tot Girard en de mimetische theorie wil bewaren.

Het samenvatten van een complexe lezing als die van Hans Achterhuis is niet zonder risico’s. Achterhuis ging onder andere uitgebreid in op een kritiek uit 1964 van René Girard op L’Étranger van Albert Camus. Daarnaast steggelde hij met Girard over de vraag of het het Christendom wel is dat steeds zo sterk wijst op de onzinnigheid van alle geweld. Ook de Grieken wisten dat oorlogen vaak "nergens" over gaan, zoals Achterhuis met passages uit teksten van Homerus, Plato en Euripides wist aan te tonen.

Maar misschien kunnen we toch zeggen dat het belangrijkste verschil tussen Achterhuis en Girard bestaat in de manier waarop zij de moderniteit ervaren of waarderen. Terwijl Girards visie de apocalyptische dichtregels van W.B. Yeats things fall apart; the centre cannot hold in herinnering roepen, ervaart Achterhuis de moderniteit als juist een wereld waarin je kunt leren hoe rivaliteiten en tegenstellingen niet tot het einde toe, tot moord en doodslag, hoeven door te escaleren. Tegenover de bijna gewisse apocalypse van Girard stelt Achterhuis een wereld vol nieuwe kansen in het verschiet. 

 

 

Achterhuis sloot af met een aantal opmerkingen over IS, een recent geweldsfenomeen dat op haar beurt een vraag omtrent geweldadige reacties oproept, een vraag die de gemoederen in deze tijd zeer bezig houdt. In krantenrecensies is regelmatig opgemerkt dat Achterhuis en Koning de publicatie van De kunst van het vreedzaam vechten zeer goed getimed hebben, maar natuurlijk is alles (als in elk project van lange adem) al weer in een andere tijd begonnen en staan de auteurs nu voor de opgave hun beschouwingen anno vandaag verder te verdedigen. Heeft de tijd Achterhuis en Koning al ingehaald of niet? Moet een boek dat geconcipieerd is in een betrekkelijke politieke rust nu al geamendeerd worden?

In zijn bespreking van de Islamitische Staat hield Achterhuis vooralsnog vast aan de standpunten die hij in een ander tijdperk had ingenomen. Buiten de tekst van zijn lezing, citeerde hij zelfs met misprijzen een recent krantenartikel waarin werd gezegd dat er met alle facties in de wereld gesproken kan worden, maar nooit met de IS. O jee, hoor je de vredes-apostelen dan denken, of ze nu christelijk zijn, Girardiaans zijn of een Sonderweg à la Achterhuis volgen – doen wij nu iets verkeerd, speelt de verschrikkelijke westerse arrogantie ons weer parten, zijn we niet weer opnieuw zondebokken aan het aanwijzen? Maar denk ook na over het alternatief – gaan praten met de IS? Nu al? Is dat wat de kunst van het vreedzaam vechten voorstaat? Hoor ik het goed? Dat je moordend en verkrachtend de wereld over kunt gaan en dat je altijd, of al heel snel, mag rekenen op mensen die met je willen praten en je uitzinnige destructiviteit serieus willen nemen? 

De drie respondenten hadden ieder op hun manier grote moeite met Achterhuis’ vreedzame voorstel. Govert Buijs noemde de geschiedschrijving van Achterhuis & Koning nogal plat, en trok daarin een vergelijking met het positivisme van Auguste Comte. Hij klaagde over de manier waarop bij Achterhuis en Koning alles door een secularistische moderniteits-wringer moet worden gehaald. Daarnaast kon Buijs niet meegaan in het bij Achterhuis bijna categorische vredesaanbod, opmerkend dat er zich zeer perfide, gewelddadige ideologieën kunnen ontwikkelen, waartegenover, zeker als die een grote invloed dreigen te krijgen, tegengeweld onontkoombaar is. Het toonvoorbeeld is hierbij natuurlijk het nazisme in de 20ste eeuw. IS en nazisme, dat is geen overtrokken vergelijking. Er zijn zelfs al commentatoren die hebben geschreven dat IS erger en zorgwekkender is dan het nazisme, omdat de nazi's hun misdaden altijd nog probeerden te verdoezelen in plaats van uit te schreeuwen.

De tweede respondent was Dieuwertje Kuijpers die zich niet werkelijk in de filosofische theorievorming rondom geweldsprocessen, laat staan de mimetische theorie en de respons van Achterhuis daarop leek te hebben verdiept. Desalniettemin was haar bijdrage zeer welkom omdat zij detailkennis had over het conflict rondom de IS, en – eerder in een praktische dan in een ideologische teneur – uittekende hoezeer de Soennitische moslims, die nu in het gebied wonen waar IS de scepter zwaait, in een soort val zijn gelopen die juist door Westerse interventies is ontstaan. Haar bijdrage deed het gevoel rijzen dat we in al onze prachtige discussies over geweld, of, nog mooier, het afzien van geweld, we nog wel steeds heel erg bezig zijn met onszelf.

En ook in de bijdrage van respondent Mark van Vugt ging het over de IS. Zijn focus lag op het gevoel van eigenwaarde bij jihadstrijders. De context van zijn respons was een mengeling van antropologie en evolutiebiologie, zodat de chimpansees uit het werk van Frans de Waal ook nog eens in deze discussie voorbij mochten komen. Het verhaal van de jihadstrijder, zei van Vugt, is nu het verhaal van de reis van een loser in Almere naar de held op het IS-slagveld. Deze statusbedeling zou in de ogen van van Vugt omgekeerd moeten worden – dat wil zeggen – jonge mannen met een moslim-achtergrond zouden een werkelijke plaats moeten krijgen in onze maatschappij, en meer nog binnen islamitische leefwerelden waaraan ze hun eigenwaardebeelden voor het grootste gedeelte ontlenen. Inderdaad, het is onmogelijk een sociaal-politiek fenomeen als jihadisme te begrijpen zonder na te denken over status of gevoelens van eigenwaarde. Het vraagstuk van de statusbedeling en statusontlening en het vraagstuk van de mimese liggen zeer dicht bij elkaar.

Voor een echte beantwoording over vragen hoe we nu met verder moeten met de IS, of over de houdbaarheid van de ideeën die Nico Koning en Hans Achterhuis in hun boek naar voren brengen, is het misschien nu nog te vroeg. Wel zullen Girardiaanse inzichten steeds een onmisbare component vormen in deze discussie. 

 

Mocht er voldoende belangstelling bestaan dan zal de Girard Studiekring een vervolgsessie organiseren over de veelheid aan onderwerpen die bij de Girard Lezing zijn aangeroerd. U kunt zich daarvoor hier opgeven.

Berry Vorstenbosch