Het werk van René Girard leerde ik kennen in de jaren 80. Dat gebeurde via Michel Perquy, mijn collega in OLVA, het college in Assebroek-Brugge waar ik les gaf. Hij zou de Nederlandse vertaler worden van twee boeken van Girard: God en geweld (1993) en Shakespeare — Het schouwspel van de afgunst (1995). Zijn broer Patrick interviewde Girard voor de Vlaamse televisie in 1995.
De hypotheses van Girard bleken uitstekend bruikbaar bij de bespreking van literatuur en films in mijn lessen Nederlands in de retorica, het laatste jaar van het middelbaar onderwijs. Ze zouden een inspiratiebron blijven tot aan het einde van mijn schoolcarrière.
Eind 2017 begon ik over poëzie te schrijven. In een paar van die gedichtenanalyses – ondertussen zijn dat er meer dan veertig – had ik al eens verwezen naar de mimetische of nabootsende begeerte van de mens, maar ik raakte weer helemaal in de ban van René Girard in de zomer van 2020 toen ik de uitdaging aannam van de poëzieleesgroep die ik begeleid, om een sessie over het toneelstuk Lucifer van Vondel te houden. Op het einde van dat corona-jaar stuurde ik die analyses naar de Nederlandse Girard Studiekring. Ik werd lid en schreef n.a.v. de Zoom-bijeenkomsten van de kring meerdere roman‑, toneel- en filmbesprekingen. Ik was er uren, dagen, weken en een enkele keer enkele maanden mee zoet.
Ik bleef lid én bleef schrijven.
In 2021 gaf ik de website van de Studiekring een facelift.
Mijn Girard-site: Doen wat je zelf wil

© Joost Joossen